Hoe zeer doet de wanhoop
Hoe zwaar je verdriet
De dag kruipt voorbij, je leven staat stil
Maar bijna niemand die het aan je ziet
De leegte van binnen
De kou in je huis
Troost en warmte zijn zo nodig,
Maar je gevoel geeft niet thuis
Wel zegt men: “Hoeveel weken was je?”
“Ach jullie tijd komt nog wel”
“Denk maar zus…” of “Doe maar zo…”
Goedbedoeld? Vast, maar je verdriet komt in de knel.
Je hart gaat op slot,
Ver weg je gevoel,
Alleen in je eigen stilte stromen tranen,
En dan meteen een heleboel.
Het huilen lucht op
En vol goede moed
Ren je weer verder
Men vraagt “En hoe gaat het nu?”
Je antwoordt standaard “Ja hoor, best goed”
Toch prikken steeds tranen,
Is er die rauwe pijn
Als iemand oprecht vraagt naar jouw kind,
De naam noemt, of gewoon alleen maar zegt:
“Wat erg moet dat voor je zijn”.
Tranen komen vaker,
In de natuur, bij muziek of een tekst die je raakt.
Nog meer plotse ontmoetingen, iemand zegt:
“Ik weet wat je doormaakt”.
Tranen die mogen,
Steun blijkt toch te bestaan
En met je kind in je trotse moederhart,
Blijken het leven en jijzelf, toch ineens weer iets voorwaarts te gaan.
Elisabeth.