Er is een verschil tussen wat ik kan en wat ik aankan (Joost van den Heuvel Rijnders)

In een meditatiebijeenkomst onlangs, was dit een zin die me ontzettend triggerde. En geruststelde.

In rouw hebben we zo vaak het idee weer “de oude” te willen worden. Ik dacht dat een paar jaar geleden in ieder geval. DAN ga ik weer voluit werken. Genieten.

En geleidelijk gebeurde dat ook. Maar niet precies op de manier die ik dacht. Want ik ben niet meer degene die ik jaren geleden was. Zonder de verliezen die we meemaakten, was ik dat overigens ook niet geweest.

Je kunt nooit zeggen hoe je was geweest als X of Y niet was gebeurd. Maar wat ik wel weet, is dat ik met mijn hoofd heel veel kan bedenken, maar dat ik in de praktijk maar een bepaalde mate van veerkracht heb. Dat was vroeger al, maar ik sla sneller “op tilt” dan vroeger. Met het gevoel dat dan alles me overvalt. Ik weet dan dat om het “aan te kunnen” (lees: nog leuk te vinden wat ik doe) ik een stapje terug moet doen. Keuzes mag maken en prioriteiten mag stellen.

Zo merkte ik dat kort geleden weer, dat ik na een paar slechte nachten na een getrokken verstandskies, mijn reserve weg was. Ik moest huilen, zonder per se verdrietig te zijn. Ik was gewoon op, er kon niks meer bij. En dan kan mijn hoofd wel bedenken dat ik door moet, maar tegenwoordig voelt dat niet meer zo. Ik geloof niet meer dat dat de weg is. Dus wat ik doe is: voelen, bijsturen, doen wat nodig is, en erop vertrouwen dat ik weer blij ga zijn en in een flow kom die bij me past.

Zo is “aankunnen” niet meer per se een negatief geladen woord. Maar gaat het meer om voelen wat je nodig hebt.

Als een jas die je aan kunt. Een jas die past bij wie je nu bent.

Daarover meer in de volgende blog.