Once I’m there, I’m here (Jeff Foster)

We willen zo graag dáár zijn. Dáár waar de wind is gaan liggen, de storm geluwd. Dáár waar we weer blij zijn. Het verdriet verwerkt. Alles een plekje. Tegelijk voelen we dat dat niet gaat. Dat je gevoel nooit alleen maar verdrietig, of alleen maar blij kan zijn.

We ervaren dat het ook niet helpt als mensen om ons heen zeggen dat het een plek mag krijgen. Vaak wil je dat niet. Je kindje mag liefdevol herinnerd worden. Je wil niet anders. Maar je leven wil je ook weer “terug”.  Soms ga je dan hard werken.

Ik dacht toen het verlies nog pril was en het verdriet groot, dat als ik mijn best zou doen, ik sneller dáár zou zijn. Maar wat is “dáár”?

Waar je nu bent, is precies waar je moet zijn.

In het NU zit niet de sleutel tot geluk, zoals ze wel eens zeggen, maar wel de sleutel tot…ja… tot NU. Tot voelen dat dit moment is wat nodig is. Ook al is het ontzettend kl*te. Voelt het f*cked up dat jij dit verdriet door moet maken. Zou je het liefst wegrennen, je verstoppen, je verdriet wegeten/-drinken/-feesten.

Dit is het. En het mag. Ook je verzet. Accepteren zit niet in het wegduwen of niet accepteren van het verzet tegen het nu (snap je het nog?). Het zit hem in ALLES er laten zijn.

Ook je verzet.

In oefeningen benoem ik het wel eens als “Hallo ….”… Hallo verzet. Hallo verdriet. Hallo irritatie.

En als je durft, kun je het woord “Welkom” gebruiken. “Welkom irritatie”. “Welkom irritatie over mijn irritatie”.

Je hoeft niets te veranderen. Jij (en je gevoel en gedachten) zijn goed zoals ze zijn.