Waarom ik het zo belangrijk vind dat we onze kinderen zien.

Echt zien.

En wat daarvoor nodig is.

Een dagje geitenboerderij met Janne.
Dinsdag, een rustige dag. Plek genoeg op de schommels.
Janne zit er al een half uur op. Kindjes komen kindjes gaan. Verderop is een omheind stuk wei waar geitenlammetjes de fles krijgen.
In dat half uur krijgen kinderen allerlei boodschappen:
“Pas op voor die pauw he, pas op” (en dat 3 keer), en als het kindje dan opgetild wil worden omdat de pauw dichterbij komt “Je hoeft niet bang te zijn hoor”. (Ik kan maar beter oppassen, maar ik mag ook niet bang zijn).
“Oma wil je me duwen?”
“Ik ga je niet duwen dat kan je prima zelf, dat kon je die keer in dat park ook prima”. (Ik sta er alleen voor)
En een meisje van een jaar of 7 dat heel erg overstuur is omdat de geit die ze voerde blijkbaar iets deed waar ze van schrok… je ziet de moeder worstelen… ze gaat eerst zeggen dat het niet zo erg is…, geeft haar een knuffel, maar niet echt… uiteindelijk tilt ze haar dochter toch op als die maar blijft huilen, maar haar gezicht verraadt haar worsteling (Ik mag niet verdrietig zijn)
Op zoveel manieren wordt er in dat half uurtje onhandig omgegaan met de emoties van degene die we het meest liefhebben: onze kinderen.
En ik doe zelf nog een duit in het zakje: als Janne ook als we terugmoeten (omdat ik die tijd bepaald heb…) niet loslaat van de schommel en het op een krijsen zet als ik haar meeneem. (Wat ik wil, doet er niet toe) En als we weglopen, kijk ik angstvallig om me heen wat de mensen van mij vinden. Zo onhandig voel ik me.
En hoe kunnen we ook anders? Als we zelf niet geleerd hebben, of niet alsnog leren, om onze eigen kwetsbaarheid te voelen.
Dat we nu met terugwerkende kracht moeten gaan voelen hoe pijn het deed, wanneer je verdriet of je angst werd weggewuifd. Hoe boosheid niet werd geaccepteerd. Hoe wat jij wilde er niet toe deed, hoe je geen hulp mocht vragen maar de dingen alleen moest doen.
Empathie
Vaak begint het bij jezelf. Nee, niet vaak. Altijd.
Empathie voor dat kleine meisje of die kleine jongen die je vroeger was.
Alleen op die manier kunnen we onze kinderen echt zien. En dat geven wat we zelf zo belangrijk vinden. Omdat we de pijn van vroeger ruimte hebben gegeven.
Je mag hulp vragen, je mag op dingen afstappen als je nieuwsgierig bent, je mag iets niet durven, je mag verdrietig zijn.
Of boos. Of blij.
Je mag alles voelen.
Probeer het maar eens uit. Eerst stilstaan bij je eigen gevoel op zo’n moment. Dat ok vinden (ook als het lastig is), en van daaruit je kind benaderen. Je kind hoeft niet te veranderen, je hebt alleen maar zelf wat meer liefde nodig.
Die verantwoordelijkheid mogen we nemen, voor onszelf.
Daar kan alleen maar meer liefde van komen.