“Mama, je hebt een baby in je buik.” Janne zegt het terwijl ze mijn hemdje naar voren trekt en de bh eronder bekijkt. Het is warm in huis en ik heb m’n t-shirt uitgetrokken. 

Op mijn inmiddels standaard reactie dat dat m’n borsten zijn en ik geen baby in m’n buik heb (wat ik heel zeker weet), komt dit keer een verrassend antwoord: “Hoe heet ‘ie?”. Ik sputter nog wat tegen, dat het echt geen baby is, maar het mag niet baten. Dus ik adem even diep in en uit, en ga mee in haar spel. “Dat ligt eraan, is het een jongen of een meisje?” “Een meisje!”, antwoordt Janne. Ik voel bewust even m’n eigen gemis.

“En wat is dan een mooie naam?”, vraag ik haar. “Hij heet “NolaHAn” (Op de opvang hebben die peuters iets bedacht dat namen altijd een HA erin moeten hebben). “Nolahankaziemarighahado”. Hup, ze beent weg en is weer in ander spel verzonken. Mijn angst en verwachting dat ze zou vragen  waarom ze geen broertjes of zusjes heeft, of ze die nog krijgt, en waarom mama en papa het soms over zusjes in de hemel hebben…. er gebeurt niets van. 

Dit is spel. 

Zoals ze ook doktertje speelt en daarbij benen afzaagt en weer aanplakt. 

Er zullen nog genoeg serieuze vragen komen. Of niet. 

Maar nu kunnen we gewoon spelen. 

Eén ding tegelijk.

Hoe ga jij om met dit soort situaties of vragen?