Ik lig in m’n halfnakie op de onderzoekstafel en hoor mezelf ratelen. Van de zenuwen. Een beetje lachend als een boer met kiespijn omdat ik net ook m’n trui uit wilde doen. Ook van de zenuwen.

Bijna was ik niet gegaan. De oproep lag al een tijd onderop een stapel post. Te confronterend, te moeilijk.

“Jaarlijks overlijden tientallen vrouwen omdat ze niet meedoen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker”. Dit nieuwsbericht hielp me een maand geleden over de drempel om tóch met de huisarts te bellen voor een afspraak. En nu lig ik er dus toch.

Ik heb geen zenuwen voor een mogelijk slechte uitslag. Of voor het irriterende gevoel dat het afnemen van zo’n uitstijkje geeft.

Ook geen last van de confrontatie met het gegeven dat ik alweer 5 jaar ouder ben dan vorige keer. Ok, echt leuk is dat niet, de tijd gaat veel te snel, maar daar gaat het uiteindelijk niet om.

Er moet weer iemand beroepsmatig aan m’n lijf zitten. In m’n lijf zitten.

Terwijl ik dat gewoon voor mezelf wil. Van MIJ, roept alles in me.

“Ik snap ze wel”, ratel ik in gedachten, “die vrouwen die niet gaan”.

Anders dan 5 jaar geleden

Bij het vorige uitstrijkje waren het de verlieservaringen van mijn eerste twee zwangerschappen die voorop stonden en het uitstrijkje ook beladen maakten. Maar dat was meer verdrietig.

Nu, 5 jaar later, is er dus dat geratel in mijn hoofd, en tegen de assistente (met veel ervaring, heb ik vooraf om gevraagd) over al die inwendige echo’s van de laatste jaren. 

Voor wie het niet weet: IVF is niet zo simpel als het verlangen naar een zwangerschap, eicel en zaadcel bij elkaar brengen in een reageerbuis en een blakende baby als resultaat.

Het zijn onderzoeken, met naast bloedafnames, ook inwendige echo’s, voor bijvoorbeeld meting van dikte van je baarmoederslijmvlies.

En dan het meten van hoeveel potentiele eicellen (follikels) er zijn, het injecteren van hormonen in je been of buik om ze te laten groeien, het vaginaal afnemen van die eicellen met een naald, de vaginale tabletten om de kans op zwangerschap te verhogen.

Dan was de terugplaatsing van een embryo in m’n baarmoeder, ook met lange naald, nog het meest feestelijke deel.

Echt ik schrijf het in 3 zinnen op, maar besef nu alles al een tijd achter de rug is pas goed wat de impact was.

En al die andere dingen toen ik eenmaal zwanger was (angstig en blij tegelijk): echo’s, breken vliezen, keizersnede, al dat geklooi aan je lijf… ik onderging het, klaagde zo min mogelijk, was bezig met het verlangen naar een kindje om voor te mogen zorgen.

Wel voelde ik hoe lastig het soms was en benoemde dat ook. Probeerde het te voelen op het moment, zodat de spanning daarna weer afnam.

Ik dacht dat dat genoeg was.

Toegeven en erkennen

Maar blijkbaar is het toch blijven zitten die spanning.

Merk ik aan hoe lang ik de brief liet liggen.

Merk ik aan het gevoel alsof ik op een stoel met spijkers zit en steeds m’n billen aanspan (die er jammer genoeg dan weer niet strakker door worden ;))

Aan het feit dat ik liever niemand aan m’n lijf wil. Ik heb het heel lang niet willen toegeven, ik snapte de lading wel maar schaamde me ook. Hoopte dat het vanzelf zou veranderen.

Maar dat doet het niet.

Nu zet ik stappen. Ik schrijf en praat erover. Heb me aangemeld bij een bekkenfysiotherapeut. Het helpt, alleen de erkenning al.

Dus ik snap de vrouwen wel, die de brief laten liggen. Zoveel van ons die vervelende ervaringen hebben.

Ik koos er voor om toch te gaan.

Omdat m’n leven nu te waardevol en mooi is om het risico op baarmoederhalskanker, wat wel in een vroeg stadium op te sporen is, te negeren.

En al mijn gepraat? Dat maakte dat dat uitstrijkje heel snel achter de rug was, en is een mooi signaal dat ik er echt nog wat mee te doen heb.

Alles is ergens goed voor.