“Wat lijkt ze op Robert!” zeggen mensen al vanaf de geboorte van onze dochter Janne. Met name mensen die niet weten van onze lange weg om haar te krijgen. De anderen vinden het niet relevant, of durven niet, weten niet of ze mij daarmee kwetsen. Maar ik beaam het altijd, of zeg het zelf, want het is ook zo. Kan ook bijna niet anders. Ze is verwekt met hulp van een donor-eicel.

Onze lange weg ging van Rotterdam, via Brussel, Praag, en weer terug naar Rotterdam. 

Vruchtbaarheidsproblemen

Problemen met vruchtbaarheid heb ik voor mezelf lange tijd niet willen toegeven. Ik werd ook echt geen lid van Freya, de vereniging die er speciaal is voor alles rondom dit thema. Ook al was ik aan de “verkeerde” kant van de 30 toen ik Robert ontmoette en duurde het lang voordat ik de tweede keer zwanger werd. De eerste keer lukte het zo, dus dan reken je jezelf rijk.

De 25% kans die we liepen om de erfelijke aandoening door te geven waarvan we beide drager zijn, troffen we twee keer. “Je kan in elk geval zwanger worden”, de veelgehoorde uitspraak na het afbreken van de eerste zwangerschap. Ons kindje zou ernstig ziek zijn, met vooruitzicht op steeds zieker worden. Ons tweede kindje ook. Wij kozen ervoor hen dit te besparen. 

En toen we alsnog een procedure ingingen (PGD) waarbij een embryo getest kan worden op de erfelijke aandoening vóór terugplaatsing, bleek mijn vruchtbaarheid helemaal niet meer zo goed. Sterk verminderd vruchtbaar. Secundaire subfertiliteit, omdat ik wel eerder zwanger was geweest.

Jezelf rijk rekenen

Maar wat voor geks gebeurt er dan in zo’n traject: je gaat denken (en zeggen): “Er is maar 1 eicel nodig… er is maar 1 embryo nodig.” Statistisch niet realistisch, maar wel wat je doet. We zeiden: “We treffen toch steeds de kleine kansen, dus nu vast ook.”

Dus acupunctuurde, rawfoodde en yogaade ik erop los. We rekenden onszelf rijk bij elke punctie waar de eicellen niet voor het oprapen lagen. “Last van overstimulatie kan ik zo in ieder geval niet krijgen”, grapten we. Maar de kans op een embryo dat getest kon worden, laat staan op een zwangerschap, was zo natuurlijk heel klein. Het had gekund. Maar de kans was klein.

Je verlegt je grenzen, hoorde ik van iedereen. En dat klopt ook. Je kijkt naar het positieve. Dat wat wel lukt. Omdat het anders niet te plaatsen is wat je aan het doen bent. Hoe je jezelf steeds weer 10 tot 14 dagen met een naald in buik of been prikt. En niet even een prikje, maar gericht vloeistof laten verspreiden via je eigen vetweefsel. Eerst 1 middel, dan 2 tegelijk. Zo onnatuurlijk, maar je doet het. Net als de punctie, die gelukkig ook met een roesje kon, maar nog steeds behoorlijk pijnlijk was. En dan 1, 2, 3 eicellen, niet meer. Een paar dagen later: slecht nieuws. De kwaliteit slecht. Het aantal te weinig. En dan het voorzichtige maar duidelijke voorstel: misschien kunt u een donor-eicel overwegen?

Je wilt zo graag dat kindje om voor te zorgen, een stukje op zijn of haar weg mee te lopen. Je liefde delen, doorgeven. Hoe is een kinderwens in woorden uit te leggen…ik wist het niet tot we er middenin zaten. We zaten in de trein en wilden er niet meer uit.

Eiceldonor

De reis naar het krijgen van ons kindje leidde ons van Rotterdam, naar Brussel (PGD) via Praag (IVF) weer terug naar Rotterdam. Met hulp van een eiceldonor. Anoniem, zoals in het buitenland bijna overal gebruikelijk is. De wachtlijst in Nederland was op dat moment 8 (!) jaar. 

Dat het een bewuste keuze was, betekent niet dat we dat zo even deden. We hebben ons verdiept in literatuur en ervaringen, gesprekken gevoerd. Ik werd eindelijk lid van Freya en haalde veel steun uit het forum. We stapten pas uit de trein toen onze dochter gezond en wel op de wereld was. 

Pas ver na haar geboorte kon ik ook het verdriet meer toelaten. Doordat ik steeds de steekjes voelde. “Maar ze lijkt niet op mij”, dacht ik, als ik ook mijn liefde voor haar voelde stromen. “Gelukkig wel op Robert”, – dacht ik er steeds achteraan. Het maakte dat ik het makkelijker vond om te zeggen: “Ja hè, ze lijkt zo op zijn kant van de familie!”. Zo, daar was ik dan weer vanaf. Ik voelde ook een stuk zelfverwijt en schaamte om het niet kunnen ‘leveren’ van mijn eicel. Om de lange weg die we gelopen hebben. Er zijn zulke harde meningen, met name online. Ik dacht er vroeger ook anders over. Maar toen zat ik niet in die situatie. Had ik er geen studies en ervaringen over gelezen. Van de zijlijn is makkelijk praten.  

Rouw, nieuwsgierigheid, verdriet

Maar er is ook nog een stukje rouw om hoe het gelopen is. Nieuwsgierigheid naar hoe het anders was gegaan. Onze eerste twee kindjes-die-niet-hier-zijn. Verdriet daarover. Dat mag ik dan helemaal niet voelen van mezelf, want als het anders was gegaan, was Janne Janne toch niet geweest. En ze is zo geweldig! Het is best lastig om allemaal toe te laten, maar met de tijd verwerk ik het steeds een stukje meer. En ook dat dubbele gevoel had ik niet kunnen voorspellen, erover lezen is iets anders dan voelen.

Nu komt de tijd dat we ook Janne langzaamaan gaan vertellen over geboren zijn in het ziekenhuis, maar ook over een start hebben in een ziekenhuis. De details zullen met de tijd toegevoegd worden, spelenderwijs. Ik ga op zoek naar mensen wiens kinderen van eicel of zaadceldonor al wat groter zijn. Hun ervaringen. Ik zou het ook fijn vinden mijn ervaringen later weer te kunnen delen. Niemand hoeft het alleen te doen.

Openheid

Het geheim houden, zoals vroeger meer gebruikelijk was? Dat nooit. Dat was vanaf het begin voor ons heel duidelijk. Uit onderzoek blijkt dat die geheimhouding juist zoveel problemen geeft. En ook dat openheid voor kinderen die genetisch materiaal van een donor hebben, belangrijker lijkt te zijn dan het wel of niet leren kennen van de zaadcel- of eiceldonor. Ik wil niemand voor het hoofd stoten die dit anders ervaart, maar dit is de kennis die wij hebben. We gaan het zien. We zijn zo open als we kunnen. 

Iedereen maakt andere keuzes. Dit is die van ons. We zijn de jonge vrouw die haar eicellen heeft gedoneerd heel erg dankbaar. De vrouw die zichzelf zo’n 10 a 14 dagen dagen in buik of been heeft geprikt, voor een optimaal aantal eicellen. Die een punctie heeft ondergaan van die eicellen. Waarvan ik zelf weet hoe pijnlijk die kan zijn. De lengte van de wachtlijst in Nederland neemt hopelijk in de toekomst af, maar hoe de regels nu zijn, zie ik dat niet heel gauw gebeuren. Maar goed, dat is een heel ander stuk van het verhaal, waar ik vast nog een keer over zal schrijven.

Als ik genoeg ruimte maak voor alles wat er is, kan de liefde stromen. En kijk ik naar Janne, dan zíe ik Janne. Eén bonk liefde en levenlust. En hoe zou ik nou van een ander kind de moeder kunnen zijn dan van dit wonder?

Foto: Marleen Sahetapy Fotografie.