In een vorig blog ging het over het dragen van verdriet. Moet je het ver dragen of verdragen?

Nu het hóe. Hoe verdraag je verdriet, hoe laat je het er zijn?

Drie manieren die ik zelf heel helpend vind:

1. Maak het veilig voor jezelf. Zorg dat je op een plek bent waar je je op je gemak voelt. Als het verdriet opkomt in het openbaar en je voelt dat je het meteen wegdrukt: onthou wat het triggerde. En als je thuis bent en de ruimte hebt: laat het toe.

2. Gebruik je lichaam en je zintuigen om het te voelen. Waar voel je het verdriet? Hoe voelt het? Als een golf? Als het spannend voelt, bedenk dan dat ook dat mag, maar dat het (net als een golf) komt en ook weer afzwakt. Richt je aandacht eventueel op je voeten, of op je ademhaling.

3. Geef al je gedachten ruimte. Verdriet er laten zijn houdt ook in alle gedachten erover. Dus als jouw mind zegt “ja bleh ik heb hier nu helemaal geen zin in”: laat die gedachten er ook zijn. Ze hoeven niet weg om het verdriet te voelen.

Zie het als een interne conversatie tussen gevoel en verstand.

Ruimte
Het heeft mij geholpen om bewust ruimte te maken voor gevoel. Het serieus te nemen, te voelen wat voor behoefte erachter schuilgaat. Soms was dat gewoon dat het verdriet even in een nieuwe portie eruit moest.

Als zo’n softijsmachine. Flop. Asjeblieft. Eat that.

Servetje erbij?

Soms was het verdriet vanuit verlangen. Verlangen naar een kindje om voor te zorgen. Naar iets kunnen doen met de liefde die ik voelde.

Als je het gevoel, én de behoefte erachter serieus neemt, kun je er ook iets concreets mee doen.

Het hoeft niet weg, het mag er zijn.